+31 (0)521-520852 info@smederijvansteenwijk.nl

Geschiedenis

De Smederij van Steenwijk dateert uit het begin van de 19e eeuw, vlak na de Napoleontische tijd en de Franse overheersing. De vraag naar ijzer was groot en kanonnen werden omgesmolten tot ploegijzers. Het wegennet werd uitgebreid, er verschenen steeds meer koetsen, rijtuigen en karren. Deze werden getrokken door paarden, die regelmatig beslagen moesten worden. De smid kreeg het drukker dan ooit. Ook met werk aan rijtuigen, karren en koetsen, waarvan de wielen regelmatig van nieuwe stalen band voorzien moesten worden, omdat de wegen erg slecht waren, vooral in de winter.

Veel beroepen waren aangewezen op de plaatselijke smid, waaronder boeren die hun kapotte gereedschap naar de smid brachten of nieuw gereedschap lieten maken, en meteen even lieten kijken naar een loszittend hoefijzer van het paard. Timmerlieden en metselaars die goed gereedschap nodig hadden, maar ook muurankers, scharnieren, deurklinken en heel veel spijkers om huizen, kerken en scholen te bouwen. Veldwachters die een sabel besteden of een krom sabel lieten recht slaan. En voor iedereen -boer en burger – maakte de smid kachels en kachelpijpen.

Dit ging zo door tot de eerste rijwielen verschenen, en de smid de eerste fietsenmaker werd. En garagehouder, want de eerste automobielen werden door de smid rijdend gehouden. Ook was het de smid die de eerste Solex verkocht. De smederij was een klein fabriekje in elke buurt en alles van ijzer kwam hier vandaan.

Halverwege de 19e eeuw werd Harmen de Boer de smid van De Smederij van Steenwijk. Zijn vader, die een kapitaalkrachtig doopsgezind redergeslacht uit Blokzijl was, had zijn kinderen bij zijn schoonzus ondergebracht. De moeder van Harmen was net overleden en zijn vader ging zwerven op straat. Niet veel later kwam het gezinshoofd terecht bij het armenhuis van de Maatschappij van Weldadigheid in Frederiksoord. De schoonzus was getrouwd met een smid, en hierom moest Harmen per direct aan het werk in de smederij. Hij leerde het vak en haalde zijn hoefslag-diploma, deze hangt nog steeds aan de muur in De Smederij. Niet veel later trouwde hij een felbegeerde dochter van een Wagenaar uit de Gasthuisstraat.

In 1905 overleed Harmen op 46-jarige leeftijd tijdens het zware smidswerk. Zijn zoon, Barteld de Boer, moest noodgedwongen het werk overnemen. Daarvoor moest hij zijn studie voor hoofdonderwijzer afbreken. In 1954 liet Barteld de Boer het pand inwendig verbouwen. Er kwam een duidelijke scheiding tussen het linker- en rechterdeel van het pand. Het linkerdeel zou in gebruik blijven als smederij met daarachter een magazijn. In het rechter gedeelte moest de woonfunctie plaatsmaken voor een winkelfunctie. De winkel bestaat vandaag de dag nog steeds en wordt uitgebaat als koffie en thee winkel.